Visie op zorg

De basis van de zorg voor alle leerlingen is de houding van de leraar tegenover de leerlingen. Het hebben van een positieve houding ten opzichte van de verschillen tussen leerlingen en het besef van het belang positieve verwachtingen te hebben van kinderen, zijn de voorwaarden voor een goede ontwikkeling van leerlingen. De interactie tussen de leraar en de leerling is daarbij van wezenlijk belang. Belangrijk hierbij is dat de leerling het gevoel heeft gewaardeerd te worden door de leraar. Op welke wijze is de leraar in staat uit te gaan van de verschillen tussen leerlingen? Hoe stemt hij of zij het onderwijs af op de behoeften van de leerlingen?

Binnen adaptief onderwijzen wordt bovenstaande benoemd als het tegemoetkomen door de leraar aan de drie basisbehoeften voor het leren van leerlingen, namelijk:

Het gevoel van competentie het geloof en plezier in eigen kunnen.
Het gevoel van relatie het gevoel dat anderen je waarderen en met je willen omgaan.
Het gevoel van autonomie het gevoel dat je iets kunt ondernemen zonder dat anderen je daarbij helpen.

Een goed klassenmanagement is hierbij onontbeerlijk voor de leraar die in het werk uitgaat van de verschillen tussen leerlingen. Kinderen, die hun activiteiten zelf kunnen en mogen sturen, zijn meer betrokken bij het leren in school. Het bevordert een zelfstandige leerhouding en een verhoogd leerrendement. De leraar zal hierbij zorgen voor een adequate organisatie van de instructie en voor een goede en effectieve lesopzet met een duidelijke lesstructuur. De leraar zal rekening houden met het leertempo en het leerniveau van de verschillende leerlingen.

Er wordt uitgegaan van de drie oriëntaties op zorg die aanvullend en complementair werken, nl.:

In de scholen werkt men aan structurele oplossingen door werkwijzen te ontwikkelen die uitgaan van afstemming.

Dit houdt in:

De school beschikt hierbij over een zorgstructuur en mogelijkheden om de bestaande problemen van kinderen adequaat aan te pakken door hulpverlening:

Bij oriëntatie op alarmering gaat het om snelle signalering van mogelijke problemen voor leerlingen en door middel van vroegtijdige interventie voorkomen van het daadwerkelijk ontstaan van deze problemen. Snel hulp bieden en intensieve didactische aandacht vraagt van de leraren dat ze goed inzicht hebben in de verschillende leerprocessen. Er wordt van hen een goede beslissing op het juiste moment gevraagd, namelijk wanneer extra en intensieve aandacht nodig is.
Bij afstemming ligt het accent op het beïnvloeden van leraargedrag, op deskundigheidsbevordering van de leraar, die onderwijskundig wil veranderen.
Ligt het accent op hulpverlening en alarmering dan zal voornamelijk de deskundigheid van de experts vergroot worden, zoals van de remedial teachers, interne begeleiders, ambulante begeleiders.
Het samenwerkingsverband zal zich samen met de deelnemende scholen blijven richten op bovengenoemde drie oriëntaties op zorg, waarbij het vizier is gericht op afstemming. Het kan de scholen helpen bij hun strategische beleidsvorming op inhoudelijk gebied.